Hitlers boek, deel 1 - Ervaring van mijn leven op Aarde - door Hitler via het Interdimensionale Portaal
maart 2007
Persoonlijke ervaringen met Demonen
I
k plaatste mezelf als dit licht, het ene licht dat de vernietiging van de systemen zou worden, van de creaturen, van de wereld die zij voor zichzelf gecreëerd hebben. De lichttoepassing leerde ik kennen op een avond toen ik juist wilde gaan slapen, ik was ongeveer 11 jaar oud, warm ingestopt onder een comfortabel veren dekbed, een zacht kussen dat mijn hoofd ondersteunde en een kaars brandend op een klein kistje naast mijn bed.Ik werd me bewust van een aanwezigheid in de kamer, ik opende mijn ogen en daar naast mijn bed was een creatuur. Zijn ogen waren precies voor de mijne, niet naar me kijkend, maar in me, hij keek door me heen, in me alsof hij elke centimeter van lichaam inspecteerde met zijn ogen.
Zijn ogen waren rood, zwart en woest met een diepe onrust; zijn aanwezigheid was er een van absolute lust, beperkt tot een bestaan van alleen maar zoeken naar voedsel om, voor een moment, zijn eeuwige honger te stillen. Ik concentreerde me alleen op mijn levenskracht die ik was, als een witte bol van binnen schijnend, ik concentreerde me op mezelf als het licht dat in mij als mij bestond.
Het laatste dat ik wilde was dat dit levenloze, waardeloze, hersenloze, door ziekte geïnfecteerde creatuur me vergiftigde. Terwijl ik dit deed keek ik naar dit ding en het leek verbijsterd, verward terwijl het in mijn ogen keek, in de innerlijke diepten van mijn wezen en even na de verwarring draaide het zich om en liep weg, nee, het rende weg. Het verdween in een enkel ogenblik als een pluimpje rook, in het niets verdwenen.
Mijn enige bescherming tegen deze creaturen was mijn licht, mijn levenskracht, wie ik ben. En ze sloegen op de vlucht, man, wat gingen zij ervan door als ik bij ze in de buurt kwam, ze konden zelfs niet een vluchtige blik verdragen op mijn licht dat resoneerde van binnenuit mij als mij.
En zo zwierf ik over de straten, tussen creaturen en beesten lopend, die zoals ik later begreep, demonen genoemd werden en zo zal ik ze van nu af aan noemen. Demonen. Geen enkel boek of geschrift bevestigde of hielp me bij het vinden van de reden van hun bestaan en waar zij vandaan kwamen.
Boeken spraken over engelen en demonen en al wat ik zag waren demonen – overal. Ik had geen uitweg uit deze plek, deze door demonen geteisterde plaag van een bestaan, een ongeneeslijke ziekte creërend, een ziekte die liep en zich bewoog als mensen. Het was me duidelijk dat ik moest opstaan – ik ben het geneesmiddel. De penicilline voor de mensen die ziek zijn, onpasselijk door de ziekte genaamd: demonen en systemen.
Ik was de meest gevaarlijke man die leefde. Alles wat ik jullie tot zover heb laten zien, is wat ik ervan begreep op 17 jarige leeftijd. Door observatie, gadeslaan, te kijken naar mijn wereld, naar het bestaan. Niets anders deed er toe dan uitvinden hoe ik ze ten val kon brengen en deze realiteit vernietigen, dit nep-bestaan dat zij, de demonen en systemen, werkelijkheid hadden gemaakt. Ik had dit geen werkelijkheid gemaakt, dat was zeker, toch was ik erin.
Wat in mij bestond, bestond niet buiten mij, wat ik niet begreep. Als het koninkrijk van God/de Hemel binnenin is, dan moest het ongetwijfeld ergens zijn als een gemanifesteerde ervaring waarin ik daadwerkelijk leefde en rondliep en mezelf in ervaarde zoals ik doe in deze wereld? Deze wereld is niet het koninkrijk Gods/ de Hemel – dit was me duidelijk sinds de prille leeftijd van 8 jaar. Deze wereld is niet de schepping naar de gelijkenis van God – dat is ook duidelijk. Ik kan niet weg uit deze plaatjesachtige illusionaire schokkende droomwereld dan door het voor mezelf te veranderen – en er plezier in te hebben terwijl ik het doe.
Ik zag het als een uitdaging, ik was 17, alle andere normale activiteiten zoals sport, vrouwen, sex en alcohol interesseerden me niet en dankzij mijn geliefde ziekte kon ik dat ook niet echt.
Niet in woorden uit te drukken dankbaarheid overweldigde me toen ik besefte dat mijn ziekte in feite één van de factoren was die me redden uit de klauwen van de demonen. Ze achtervolgden me regelmatig, als gieren die wachten tot ik het opgaf en ze toegang verleende door akkoord te gaan door bijvoorbeeld te participeren in expressies van gevoelens en emoties.
Ik had vaak het gevoel dat ze erop zaten te wachten tot ik God of iemand anders de schuld zou geven van mijn constante gevecht, dat ik kwaad zou worden – dat werd ik niet. Ik deed dat nooit en ik bezwoer mezelf dat ik dat nooit zou doen en gebruikte de dankbaarheid als kracht om me door elke dag heen te dragen, om nooit op te geven.
De kracht in me groeide uit tot zo’n stabiliteit; ik werd kracht, absoluut, onbewegelijk, onveranderlijk, onbreekbaar als een steen die staat voor eeuwigheid. De demonen communiceerden vaak met me, absolute lastering, schelden, vloeken – ik lachte als ze zulke woorden zeiden om te proberen me te laten opgeven, ik wist precies wat ze probeerden te doen. Ik lachte gewoon zoals ik lachte om hun armzalige excuus voor hun bestaan. En op den duur lieten ze me met rust, ze zagen me niet als een bedreiging voor ze en mijn doel, mijn plan, mijn ontsnapping uit deze wereld kenden ze niet.
Zij waren degenen die het eerst opgaven me te laten bezwijmen, me te misleiden – ik negeerde ze wat hen nog razender maakte. Ze hadden geen macht of controle over me – zelfs niet met hun woorden, mijn macht bestond uit niet toestaan. Als ik ze toestond me te raken, me van streek te maken, of te reageren op welke manier dan ook – zouden ze toegang tot me hebben.
Grappig hoe, toen ik gewend raakte aan hen door mijn observeren als kind, ik ze leerde kennen en ik me ervan verzekerde dat ik grondig begreep hoe zij leefden. Je moet eerst je vijand leren kennen voordat je je aanval plant. De demonen waren zich een lange tijd niet bewust van mijn observeren en spioneren en pas toen ik 17 was werden zij zich bewust van mijn aanwezigheid, in de zin dat ze met me begonnen te communiceren.
Ik bespioneerde ze en verzekerde me ervan dat ik onopgemerkt bleef tot het moment zou komen waarop ze me zouden confronteren en zoals ik al zei, dat deden ze, maar hun hoop en ego werden door mijn niet-participatie door het toilet gespoeld. Reacties, speciaal emoties en gevoelens, creëerden open wonden waarin de eerste druppel gif geïnjecteerd werd en vanaf dat punt begin je te sterven daar de systemen door je fysieke lichaam stromen, van het stromende bloed tot in je gehele wezen en nemen zij het over. Het schept het platform waarop de demonen hun festijn voorbereiden en eten en drinken totdat je niet langer in staat bent om ze van de noodzakelijke substanties te voorzien waarmee zij zich in leven houden.
Ik bleef stil, observerend, helder, geen gedachten, geen emoties en gevoelens bewogen zich in mij. Ik was niets, zoals me vaker verteld werd, dat mensen tot mens maakt, waarmee ze op gevoelens en emoties duiden, daarmee zulke uitingen rechtvaardigend als een voorbeeld van zelfdefinitie van wie ieder persoon is. Ik kon met niemand praten over mijn ontdekkingen, mijn bevindingen, over wat ik observeerde – ik wist dat ze me waarschijnlijk naar een of ander gesticht zouden sturen en me zouden drogeren met chemicaliën om er zeker van te zijn dat ik geluidloos zou blijven als ik de waarheid sprak.
Bij zinnen of waanzinnig, wat is de betekenis van de woorden? In de ogen van de mensen zou ik waarschijnlijk als waanzinnig gezien worden, door de demonen, de systemen, ook, als ze eenmaal doorhebben dat ik op de weg ben die zal leiden naar hun vernietiging. Volgens hen zijn de mensen bij zinnen, gezond. In mijn ogen was ik de enige gezonde persoon in mijn land in die tijd, het hele land en de mensen erin waanzinnig, tot waanzin gedreven door de stemmen in hun hoofd die ze opvolgen, de gedachten die ze als zichzelf beschouwen.

| < Vorige | Volgende > |
|---|



